"Ik drink te veel"

Deze week ontmoette ik niet één maar twee cliënten die van zichzelf vonden dat ze te veel dronken! Mijn cliënten waren beiden niet verslaafd, het drinkgedrag was niet onbeheersbaar en veroorzaakte geen grote issues.Toch ervoeren ze zelf problemen met hun drinkgedrag. Het was alsof ze zichzelf niet in de hand hadden. Kees was een van deze twee personen. Hoewel het probleem uitwendig onzichtbaar was, ontstonden er in mijn dimensie al snel beelden en indrukken van de situatie. Het leuke van mijn werk is dat wanneer ik me concentreer deze andere dimensie verder open gaat. Alsof ik subtiel van beeld verander en er een tweede verhaallijn boven komt drijven. Ik geef mijn stem een beetje weg, soms lijkt het alsof ik in de wilde weg praat echter de dingen die eruit komen… daarin zit een aanwijzing, een doel. In die richting beginnen we dan verder te praten.

Kees kwam goed over. In het geheel niet als een man die een drankprobleem zou hebben. Integendeel. Hij zag er prima uit, goed verzorgd, hij had een leuke baan en een prima gezinsleven. Kortom deze opmerking had ik niet verwacht. ‘Ik heb het idee dat het een soort ventieltje is, maar ik ben er niet blij mee, het is alsof ik geen keuze heb’. Kees en ik hebben al vaker samen gewerkt in het ontrafelen van zijn psyche en het leuke van mijn werk is dat wanneer ik me concentreer er die andere wereld of dimensie open gaat. We raakten in gesprek over zijn ‘drank probleem’.  Ik begon met de opmerking: ‘ik denk dat je kunt stoppen, want ik zie je niet door de weeks drinken.’ En dat was ook zo. Ik zag een ‘aangepaste kees, een harde werker, een verstandige partner en geen-alcohol-door-de-weeks’.  Kees beaamde mijn beelden: ‘ik drink ook niet door de weeks’.  ‘Maar dat is het niet’ . ‘Dat is niet wat ik zoek’. Kees wist intuïtief dat dat niet de richting was waarheen hij wilde met zijn vraag. Ik paste mij aan en voelde verder…

Ik keek verder. Ik zag Kees een drankje drinken, het voelde ‘gezellig’, het tweede drankje vond plaats in dezelfde sfeer. Echter bij het pakken van de derde was het alsof mijn beeld verschoof en ik van onder de tafel een hand zag komen die zei ‘die is voor mij’. Deze ‘losse arm’ die overigens wel aan een nu nog onzichtbaar lichaam vast zat, pakte het derde drankje en goot het bij Kees achterover. Het lichaam welke vast zat aan deze arm bleef verborgen, maar het was er wel. Ik ‘voelde’ het.

Nou heb ik meer gewerkt met Kees en wat ik weet is dat Kees ook een klein jongetje in zich heeft. (Net als ieder ander overigens, jij en ik hebben ook meerdere (kinds- en andere) delen in onze persoonlijkheid.).

Dat kleine jongetje heeft een moeilijke jeugd doorstaan en heeft letterlijk en figuurlijk vele klappen moeten opvangen. Dit kindsdeel van Kees is voor mij geheel zichtbaar. Al in onze eerste sessie zag ik kleine Kees alsof ik hem kon aanraken. Als ik het moet beschrijven is het kleine kees-deel, een deel dat in de werkelijkheid heeft rondgelopen. Wat dus ook zo is. Kees is dat kind werkelijk geweest. Het is werkelijk beschadigd en is er geweest. Dat deel is nu psychisch een deel in Kees zijn volwassen persoonlijkheidsstructuur geworden. De beschadigingen konden voor een groot deel worden geheeld en gesteund.

Dit ‘arm-deel’ voelde echter anders. Dit deel voelde als een ‘ongeboren kindje’. Ik denk hierbij aan:  cliënten welke bijvoorbeeld een miskraam hebben gehad,  dan zie ik hun kindje, zachter en doorzichtiger qua energie, dan een kindje welke geboren is en op aarde heeft geleefd. Ik zie aan de ijlere energie dat het zich in de aardse werkelijkheid niet heeft kunnen manifesteren.

Zo voelde dit ‘arm-deel’ van Kees. Als een deel wat zich niet had kunnen manifesteren op de aarde. Een deel wat zich niet ontwikkelt had.

Kees zelf zei dat hij bij zijn derde drankje altijd een gevoel had: ‘scheit’ noemde hij dat. We labelden dit samen als ‘opstandig’.

Al pratende vielen meerdere puzzelstukjes in elkaar. Ik gaf aan dat dit deel in mijn beleving een deel was wat niet letterlijk was gemanifesteerd in het leven van Kees, terwijl het er wel was.

Kees was bijvoorbeeld een puber geweest in leeftijd, maar hij had niet kunnen ‘puberen’, had zich nooit kunnen afzetten omdat de situaties om hem heen daartoe te onveilig waren.

Het voelde dan ook niet alsof er ooit iemand was geweest die in de werkelijkheid tegen Kees had gezegd: ‘je mag niet drinken’. Het voelde eerder alsof er een interne strijd woedde. Een interne opstandigheid. Alsof er een (puber?) deel was in Kees dat zich verzette tegen de altijd verstandige, sterke Kees. Het deel van Kees zijn persoonlijkheid die altijd alles goed moest doen!

Kees had door zijn levensloop enkele sterke hoofddelen in zijn persoonlijkheid ontwikkeld. Sterk zijn en doorgaan waren er twee van. ‘Verstandig zijn’ noemde hij zelf daarin als toevoeging in ons gesprek. Iets in hem resoneerde met wat ik zei. Het onzichtbare ‘arm-deel’, nam dat derde en vierde drankje. Het kwam hiermee in opstand tegen ‘altijd verstandig’ zijn.

Kees noemde zijn te veel drinken eerder al ‘zijn ventieltje’, ook dit werd helderder. Nergens in zijn leven kwam Kees op voor zijn behoeften. Nergens was hij opstandig, altijd was Kees verstandig.

Ook het drinken werd gestopt als hij bijvoorbeeld de Bob moest zijn of wanneer hij verantwoordelijk was voor iemand. Hij kon zijn drinken dus goed beheersen, tenzij er niets van af hing. Dan leek het alsof het puberdeel stiekem zijn bewustzijn overnam en er een derde en vierde drankje in gooide.

Iets in me kriebelde. Ik heb toevallig thuis 3 pubers rondlopen en ik weet dat er in mijn huis zelden zaken gebeuren die ik niet door heb. Ook weet ik dat ik soms oogluikend en met tegenzin puberdingen toelaat te gebeuren omdat ik van mening ben dat mijn pubers bepaalde ruimte nodig hebben waarbinnen ze zich kunnen afzetten. Kortom ‘’onvrijwillig’ gedoog ik bepaald gedrag’ van mijn puberkinderen.  Iets in mij tinkelde en gaf aan dat dit net zoiets was.

Kees dronk niet als hij verantwoordelijk moest zijn, maar ‘gedoogde onvrijwillig’ zijn derde en vierde drankje, als er niks van af hing. Alsof hij onbewust toestond dat het ventieltje zich mocht ontladen.

Het kwam in mij op dat dit ‘ventieltje’, dit opstandige puber-arm-deel wellicht meer ruimte zou mogen krijgen. Er was zoveel waarin Kees binnen de lijnen liep. Zoveel verstandige beslissingen en communicatie die Kees voorzat. Was er ruimte om af en toe opstandig te zijn? En zo ja waar? Waar was de ruimte voor de andere delen van Kees.

In zijn oude leven had Kees veel baat bij zijn strenge overlevingsmechanismen, toen was dat gedrag het meest gezonde wat hij kon doen om te overleven. Echter tegenwoordig in het nieuwe leven wat Kees aan het bouwen was, kon Kees groeien en zich ontwikkelen. Daarbij hoorden meerdere gedragsrepertoires en meerdere delen. Meer delen dan de delen die Kees nu toeliet in zijn bewuste leven. Dat was nu de uitdaging! Meer ruimte voor zichzelf, meer delen leren kennen en meer keuzes in gedragingen!

We kwamen erachter dat Kees hoewel hij nu meer ruimte had dan ooit in zijn leven. Hij beter voor zichzelf zorgde en liever was voor zichzelf. Kees toch binnen strakke kaders zijn leven leidde… Ik vroeg hem: ‘Waar is de ruimte voor jou, wat heb je voor jezelf? Wanneer doe je eens gek?’. Dat raakte hem, hij was al zo ver gekomen. Was hij nog steeds zo streng voor zichzelf?! Belangrijke vragen… Kees ging hiermee aan de slag. Ik weet zeker dat kees zijn opstandige arm-deel binnenkort zichtbaar zou worden en een mooie ruime plek naast zijn enorme humor(-deel) zou krijgen… Ik zie Kees nu al lol maken in zijn leven en ‘niet verstandige’  maar oh zo leuke beslissingen nemen!

Er komt plotseling een beeld in mij op van mijn ouderlijk huis. We zitten met zijn vieren aan tafel. Mijn zus vader, moeder en ik. Ik denk dat ik een jaar of 9 ben.

Mijn vader zit te geinen en mijn zus daagt hem uit. Mijn moeder zag de blik in mijn vaders ogen en ter voorkoming van erger, spreekt ze hem subtiel aan “Wihim’ (Ze zegt niks meer, alleen Wim, met de klemtoon op de i, waardoor er een ‘him’ in zijn naam ontstaat. Deze verlenging van zijn naam, heeft als betekenis: ‘doe dat niet!’, ik weet dat, want als dochter ken ik hun communicatie heel goed…)

In  mijn vaders ogen zie ik een opstandige blik komen. Hij kijkt ons aan en pakt zijn kom met vla. Mijn zus daagt hem uit: ‘Dat doe je toch niet!!’. Mijn vader glimlacht ondeugend. Hij kijkt mijn moeder aan, hij kijkt mij aan. Mijn moeder roept nog een keer ‘Wiiihiiim!’. Mijn vader kijkt naar mijn zus, zet een grote glimlach op en daar zie ik voor mijn ogen mijn vaders gele vla omgekeerd worden boven zijn hoofd. Gele vla druipt door zijn donkere haren en door zijn donkere baard. Het drupt langzaam op zijn schouders, op de grond…. ‘Druk drup drup’ klonk het luid in de oh zo stille kamer. De vla leek te zeggen: ‘ik doe het toch!!’

Terug in het heden besef hoeveel wijsheid een opstandig deel kan hebben. Hoe fijn en bijzonder samen lachen kan zijn. Hoe apart en gek je kan doen in het leven… zelfs in kleine dingetjes… Verstandig zijn is net zo belangrijk als ondeugend zijn. Plezier maken, spelen, dat zijn velen van ons vergeten…. Dit terug brengen zou balans kunnen opleveren tussen werken en spelen. Tussen ontspannen en stressen. Tussen leven en overleven!

Leave your comments

Comments

  • No comments found